terug naar nieuwsoverzicht

bkkc blogt | over kunst, kwaliteit en autonomie

In haar eerste blog over de programmalijn Verbinden van bkkc schreef Liesbeth dat ‘verbinden’ een buzz woord is geworden, een woord dat overal rond zoemt maar ook inhoudsloos dreigt te worden. Verbinden is actief handelen. Wie of wat wordt met elkaar verbonden? En waarom? Liesbeth Jans, programmaleider Verbinden, blogt hierover.

Foto: Project Kunstblok, Vitalis - fotograaf Marcel de Buck

Wij verbinden kunst en samenleving. Niet omdat we denken dat dit twee verschillende werelden zijn. Maar omdat de samenleving mooier en leefbaarder wordt als kunst een veel prominentere rol in onze maatschappij krijgt. Ons programma dient ook een praktisch doel: het bevordert opdrachtgeverschap vanuit andere sectoren dan de cultuursector, het schept de mogelijkheid voor kunstenaars om ook bedrijfsmatig te werken en om zich te verbinden aan maatschappelijke vraagstukken en publiek.

Kwaliteit en autonomie

Een discussie die daarbij met grote regelmaat opduikt is of er wel artistieke kwaliteit geleverd kan worden in een situatie waarin een kunstenaar aan allerlei eisen en randvoorwaarden van een opdrachtgever moet voldoen. En of kunstenaars in een opdrachtsituatie niet teveel van hun autonomie moeten inleveren. Een lastige discussie omdat iedereen de woorden kwaliteit en autonomie op zijn eigen manier invult.

Robert M. Pirsig

Daar moest ik aan denken toen ik van de zomer naar aanleiding van de dood van Robert M. Pirsig zijn boek Zen and the Art of Motorcycle Maintenance herlas. Een belangrijke vraag die daarin wordt opgeworpen is die naar de definitie van kwaliteit. De hoofdpersoon breekt er bijna letterlijk zijn hoofd over. In een column in NRC die Frits Abrahams schreef naar aanleiding van Pirsigs overlijden, signaleert hij dat Pirsig het veelvuldig over kwaliteit heeft maar dat hij nog steeds blijft tasten naar wat de schrijver nou precies bedoelde. Dat begrijp ik. De beschouwingen van Pirsig zijn lang, soms saai en irritant. Toch vonkt er soms ineens iets dat blijft hangen.

Gumption

Zo stelt hij op enig moment dat kwaliteit als een derde dimensie beweegt tussen objectiviteit en subjectiviteit. Kwaliteit is vaak ongrijpbaar, is niet altijd rationeel te beoordelen, ook niet met alleen individuele, gevoelsmatige criteria. Maar hoe dan wel? Pirsig noemt het woord ‘gumption’ als criterium om kwaliteit te onderkennen; bezieling, energie, enthousiasme, betrokkenheid, inspiratie. Is dat niet wat we zoeken als we kunstenaars en opdrachtgevers koppelen; een andere energie, een diepere laag, scherpte, een nieuwe blik en bezieling?

De Nederlandse vertaling in één woord voor ‘gumption’ heb ik nog niet gevonden. Wie heeft een suggestie? Wat als we het criterium ‘artistieke kwaliteit’ oprekken en definiëren als het samengaan van al die facetten die samen ‘gumption’ vormen? Kan dan misschien ook de hardnekkige negentiende-eeuwse discussie over de autonomie van de kunstenaars stoppen, die opvallend vaak speelt als kunstenaars in opdracht gaan werken of zich politiek engageren? Want hoezo is een kunstenaar die in opdracht werkt of reageert op een maatschappelijk vraagstuk niet autonoom? Niet alleen zijn zij net zo veel of weinig autonoom als andere participanten in de samenwerking, ze worden toch juist gevraagd om vanuit een autonome houding ‘gumption’ toe te voegen aan onze samenleving?