terug naar projectoverzicht

symposium | Archief voor de toekomst

project - kennis & dialoog

Donderdag 25 juni sluit het project 'archief voor de toekomst' af met het symposium in Museum de Pont. Kosten voor dit dagprogramma bedragen 75 euro.

Direct aanmelden

Sprekers


Henrik Driessen directeur Museum De Pont, Tilburg

Henrik Driessen verzorgt als gastheer van het symposium Archief voor de Toekomst de introductie. Driessen stelt dat musea terughoudend zijn in het opnemen van werk dat door kunstenaars en hun erven aangeboden wordt. Een museum als De Pont, met een kleine staf en een ‘beknopte’ collectie, beschikt niet over de capaciteit om dat aan te nemen. Bovendien neemt het museum geen werken op als deze niet in de collectie passen. Edy de Wilde, een van Driessens leermeesters, drukte hem op het hart iedere aankoop te beschouwen als de allerlaatste mogelijkheid iets van die kunstenaar te verwerven en je vervolgens de vraag te stellen:” Is dit dan wat ik wil hebben. Zit daar alles in?” Je moet altijd zo ambitieus mogelijk blijven en ook bij kleine aankopen, en bij schenkingen, voor jezelf kunnen verklaren waarom je dat zou doen. 

Rick Vercauteren directeur Museum van Bommel van Dam, Venlo. (Dagvoorzitter)

Vercauteren merkt dat hij de laatste jaren steeds vaker te maken krijgt met nalatenschappen van kunstenaars. Nabestaanden vragen het museum enkele werken of een volledige collectie op te nemen, of middels een tentoonstelling of publicatie aandacht te besteden aan een kunstenaar, vaak in ruil voor een schenking of gunstiger voorwaarden bij aankoop van werken. Nabestaanden, stelt hij, hebben vaak een verkeerd verwachtingspatroon. Men weet het oeuvre niet goed op waarde te schatten en houdt geen rekening met het collectiebeleid van het museum dat benaderd wordt. Ook stelt hij dat men geen idee heeft van de hoeveelheid geld die ermee gepaard gaat om een nalatenschap te accepteren. Vercauteren constateert dat een handreiking voor betrokkenen uitkomst zou kunnen bieden. Als dagvoorzitter introduceert hij de sprekers en zal regelmatig met vragen een beroep doen op het publiek. Hij zal niet nalaten te putten uit eigen kennis en ervaringen. 

Bart De Baere directeur M HKA, Antwerpen

Bewaren draait om het maken en bediscussiëren van keuzes: Bart De Baere bekijkt het onderwerp niet vanuit de problemen van de bulk. Niet alles kan immers behouden blijven. Voor kunstenaars en nabestaanden, en natuurlijk ook voor musea, is het van belang stil te staan bij de best denkbare representatie van de kern van een oeuvre in het publiek domein. Enerzijds in de vorm van topstukken, de kerncollectie, reeksen van werken en ensembles. En aan het andere eind van het spectrum: het archief; dat wat zijn waarde verliest als de samenhang ongedaan gemaakt wordt. Beide moeten in het publiek domein terecht komen. Bij het maken van die keuzes kun je gebruik maken van de kennis en ervaring van verschillende experts en ervaringsdeskundigen, maar volgens De Baere is een centrale commissie die bepaalt wat canon is en wat niet, niet de oplossing. De definitie van wat kunst is, de kunsthypothese, wordt volgens De Baere voortdurend herdacht, hermaakt, herbevestigd, maar ook uitgebreid, gevarieerd en herzet. Hij pleit voor een geleidelijke ontwikkeling van een methode die casuïstisch ontwikkeld zou moeten worden. Want per kunstenaar ligt dat anders. En per casus doe je meer ervaring op. 

Paulien ‘t Hoen coördinator Stichting Behoud Moderne Kunst (SBMK).

De SBMK houdt zich sinds 1995 bezig met projecten op het gebied van het beheer en behoud van hedendaagse beeldende kunst. De stichting is opgericht door een aantal Nederlandse musea met een grote collectie moderne kunst. Inmiddels zijn 21 museale instellingen en verwante organisaties bij de stichting aangesloten. Conservering van museale collecties en de problemen die daarmee samenhangen, zijn samen met (internationale) samenwerking belangrijke uitgangspunten. Musea moeten keuzes maken en prioriteiten stellen in de presentatie van kunstwerken, de conservering en restauratie, registratie en documentatie. Daarvoor is informatie nodig, die soms moeilijk te achterhalen valt. Gezien de diversiteit aan materialen en werkwijzen, heeft geen enkel museum de mogelijkheid dergelijk onderzoek zelf uit te voeren. Om de aandacht op beheer en behoud te vestigen en instrumenten te ontwikkelen om problemen het hoofd te bieden, is de SBMK in het leven geroepen. Paulien ’t Hoen gaat tijdens het symposium in op vragen als: Hoe ga je om met vergankelijke materialen of een complexe installatie? Welke rol spelen de kunstenaar en het museum in deze problematiek? En deelt haar ervaringen bij SBMK, dat projecten initieert, de uitvoering ervan mede mogelijk maakt en zorgt dat de verkregen informatie toegankelijk wordt voor vakgenoten. 

Michiel van Bakel beeldend kunstenaar, erfgenaam van kunstenaar Gerrit van Bakel

Gerrit van Bakel (1943-1984) maakte bij leven vooral installaties en complexe machines. De kunstenaar overleed zeer plotseling op jonge leeftijd en zijn erfgenamen waren volledig onvoorbereid op de zorg voor zijn nalatenschap. Michiel van Bakel spreekt op het symposium als ervaringsdeskundige. Hoewel er belangstelling was bij verschillende musea om werken op te nemen, besloot de familie de zorg met alle bijkomende werkzaamheden in eigen hand te houden. Dat betrof de inventarisatie en documentatie de collectie, het vinden van een geschikte locatie om de collectie onder te brengen en de oprichting  van een stichting ter behoud, beheer en ontsluiting van het werk. Vooral het vinden van goede, betaalbare bewaar- en werkruimte blijkt een steeds terugkerend probleem te zijn, naast de financiering van kosten die de stichting moet maken om het werk op een verantwoorde wijze te kunnen behouden en beheren. Sinds het overlijden van Van Bakel heeft het werk op diverse plekken gestaan: van een kippenschuur tot in de kelder van een verzorgingstehuis. Hoe is het hele inventarisatie- en documentatieproces verlopen? Waarom hebben de erfgenamen besloten een stichting op te richten? En hoe brengt die stichting het werk vervolgens in de openbaarheid en onder de aandacht van het publiek? Dit zijn enkele vragen waar Michiel van Bakel tijdens het symposium bij stilstaat.  

Louis Baltussen (senior medewerker behoud en beheer van het Van Abbemuseum, Eindhoven)

Enkele maanden na het overlijden kunstenaar JCJ Vanderheyden op 27 februari 2012 startte Louis Baltussen, vriend van de kunstenaar en kenner van het oeuvre, op verzoek van de familie aan de inventarisatie van de nalatenschap van de kunstenaar. Doordat Vanderheyden veel werk maakte én nagenoeg alles bewaarde, bevindt zich een schat aan kunsthistorisch materiaal in het atelier. Hoe Baltussen te werk is gegaan bij het documenteren  van de werkruimte, die hij vergelijkt met ‘een hersenpan’, en de registratie en documentatie van de collectie en het archief  vertelt hij tijdens het symposium. Ter voorbereiding van de overdracht van het archief aan de RKD werkt Baltussen inmiddels voor het derde achtereenvolgende jaar met grote toewijding en nauwgezetheid aan de taak die hij op zich heeft genomen. Het gaat daarbij, zegt Baltussen, uiteindelijk niet om de dia’s, de schetsjes en de vele blaadjes met notities, maar om wat er uit te begrijpen is. 

Roman Koot (Rijksdienst voor Kunsthistorische Documentatie, Den Haag).

Een nalatenschap bestaat niet enkel uit kunstwerken. Vaak moet ook een herbestemming gevonden worden voor een omvangrijk kunstenaarsarchief. Om dit archief – bestaande uit onder andere foto’s, briefwisselingen, projectdossiers, prijslijsten en tentoonstellingsinformatie – een zo goed mogelijke plek te geven, kan het aan worden geboden bij het grootste kunsthistorische documentatiecentrum ter wereld: het RKD. De organisatie beheert op dit moment ruim 600 archieven op het gebied van de beeldende kunst en kunstgeschiedenis. Maar het RKD neemt niet zomaar alles aan. Ook hier krijgt men te maken met groeiende stroom aan materiaal dat afkomstig is uit nalatenschappen. Roman Koot, Hoofd Publiekszaken en hoofdconservator Bibliotheek en Buitenlandse Kunst bij het RKD, gaat in op hoe een dergelijk kunstenaarsarchief wordt gewaardeerd én wat nabestaanden zelf ter voorbereiding op een overdracht kunnen doen.  

Sanne van Bellingen (Packed VZW, Expertisecentrum Digitaal Erfgoed)

Niet alleen in Nederland speelt de problematiek rond het archiveren en conserveren van collecties en archieven. In Vlaanderen is een kennisplatform voor de archivering en conservering van audiovisuele kunsten uitgegroeid tot een expertisecentrum voor digitaal cultureel erfgoed: Packed. Packed neemt inmiddels in Vlaanderen een centrale rol in met betrekking tot de vorming en verspreiding van kennis, ervaring en deskundigheid omtrent digitalisering en digitale archivering. Project TRACKS is een samenwerkingsproject van Vlaamse kunst- en erfgoedinstellingen dat zich onder regie van Packed richt op archief- en collectiezorg in de kunsten- en erfgoedsector. In 2014 werd in Brussel een  website gelanceerd die onder meer een TRACKS toolbox met richtlijnen, tools en inspirerende praktijkvoorbeelden bevat. Packed startte recentelijk in samenwerking met BAM in Vlaanderen een kortlopend vooronderzoek naar het erfgoed van de sector van de beeldende kunsten. Dit onderzoek is een eerste aanzet om het erfgoed binnen de beeldende kunsten én de problemen en uitdagingen die ermee verband houden in kaart te brengen. Dit onderzoek naar archieven en collecties in de beeldende kunsten is verwant aan het onderzoek Archief voor de Toekomst bij bkkc. Sanne van Bellingen zal tijdens het symposium meer vertellen over dit project.


Stella Lohaus en Helene Vandenberghe

Stella Lohaus en Helene Vandenberghe zijn beide erven van gerenommeerde, internationaal bekende Vlaamse kunstenaars. Te weten Bernd Lohaus (1940-2010) en Philippe Vandenberg (1952-2009). De nalatenschap van Bernd Lohaus is in 2013 als casestudy gebruikt binnen het door Packed geïnitieerde project TRACKS. Met betrekking tot Bernd Lohaus stond de volgende vraag centraal: ‘’Hoe zorg je ervoor dat in de toekomst objecten, (kunst)werken of decors correct opgesteld kunnen worden zonder dat je zelf steeds aanwezig moet zijn?’’ In dit pilotproject werd aan de hand van vijf kunstwerken van Bernd Lohaus op zoek gegaan naar een manier om eenvoudige opstellingsplannen te maken. 

Helene Vandenberghe richtte samen met haar twee broers na het overlijden  van haar vader de Estate Vandenberg op met slechts één doel. Ze formuleerden één zin waarmee ze elke actie konden checken: “We willen mijn vader op een internationaal niveau levend houden”. Het oeuvre wordt inmiddels vertegenwoordigd door de vermaarde internationale galerie Hauser & Wirth, die de vele duizenden werken successievelijk op markt brengt. Als gevolg daarvan zijn de werken, in overeenstemming met de missie, inmiddels in internationale topcollecties opgenomen.

aanmelden

De resultaten van het project Archief voor de Toekomst zijn verwerkt in een publicatie. Dit ebook wordt tijdens het symposium gepresenteerd. Het dient als handreiking voor kunstenaars en nabestaanden voor alle aspecten van beheer en behoud van een kunstnalatenschap. Voor meer informatie kijkt u op de pagina over de publicatie.

Meer informatie? Neem contact op met Bas Veldhuizen